Mieke Hanemaaijer - organisatieadviseur

Kan de governance nog verder professionaliseren?

We lezen veel over de governance bij maatschappelijke organisaties. Misschien staan de banken nog vaker in de krant, maar de maatschappelijke organisaties als woningcorporaties, zorgorganisaties en onderwijs, staan op nummer 1 in de publieke aandacht als het om governance zaken gaat. Op zich is dit een goede zaak. Het gaat immers om maatschappelijke taken en het is belangrijk dat het publiek over de uitvoering van deze taken op de hoogte wordt gehouden. Echter dit is niet de oorzaak van deze brede belangstelling, de brede belangstelling wordt gevoed door zaken die niet goed gaan, zaken die geld kosten en waarvan het publiek het gevoel heeft dat ze niet nodig zijn.

Gisteren stond in de krant "ruim 3 miljoen aan vertrekpremie voor twaalf ziekenhuisbestuurders" (de Gelderlander 10 juli 2013). In de toelichting op deze krantenkop blijkt dat het over de Wet Normering Topinkomens gaat. Het gaat over de vertrekpremies, die in de overgangsregeling vallen omdat deze contractueel zijn vastgelegd voor 1 januari 2013.

 

Mij viel het aantal van twaalf op. Er zijn dus 12 ziekenhuisbestuurders ontslagen in 2012 en dat terwijl er maar 107 ziekenhuizen zijn. Hoeveel het er in 2011 en 2010 waren staat niet in het stukje, maar gezien de bedragen zullen het er ook in die jaren tussen de 10 en 14 zijn geweest. Nu is er vaak sprake van een meerhoofdig bestuur in het ziekenhuis, maar toch:
Jaarlijks is bij 10% van de ziekenhuizen sprake geweest van een probleem in de governance, die zodanig van omvang was dat ontslag noodzakelijk was!

Het zijn de commissarissen die hierop worden aangesproken. Bij de woningcorporaties is dat letterlijk het geval: de commissaris is daar al meerdere keren persoonlijk aansprakelijk gesteld. Het gaat dan ook vaak om grote geldbedragen die bij de corporatie 'zijn verdwenen' in een groot (bouw of derivaten en vaak fraude) gat.

Was dit vroeger minder aan de orde? Is het een gevolg van de grotere omvang van organisaties en de daarmee gepaard gaande hoge mate van professionalisering, waarmee de interne complexiteit extreem is toegenomen. Is het een gevolg van de grote mate van (politieke) turbulentie?

Het blijkt dat de governance in maatschappelijke organisaties nog onvoldoende is opgewassen tegen deze grote mate van turbulentie, de toenemende complexiteit en de veranderingen in de positionering op het maatschappelijk middenveld.

Wat is er nodig in de verdere professionalisering van de governance? Kopiëren van andere sectoren werkt niet meer tegenwoordig. Ik zelf probeer bij zelfevaluaties en werving van commissarissen het accent te leggen op het specifieke van de turbulentie op het maatschappelijke middenveld en de toenemende complexiteit. Dat levert nieuw inzicht en herkenning op, noodzakelijke voorwaardes om te kunnen leren en verbeter.

Ja, volgens mij kan de governance nog verder professionaliseren. Mijn goede voornemen is daar deze zomer nog een aantal blogs over schrijven. Kunnen we elkaar inspireren? Uw input gebruik ik daarbij graag!

Mieke Hanemaaijer

© 2013-2014 Mieke Hanemaaijer, organisatieadviseur